Overstromingsrisico

Najaarsbuien op komst

De zomerwarmte verdwijnt niet zodra de herfst begint. Een deel ervan zit opgeslagen in de Noordzee. En juist dat warme zeewater kan in het najaar een rol spelen bij stevige regenbuien. Het KNMI ziet dat de Noordzee steeds warmer wordt. Wat betekent dat voor het herfstweer en voor een stad als Amsterdam?

De Noordzee warmt op

De temperatuur van de Noordzee lag deze zomer opvallend hoog. Op 13 juli 2026 werd bij meetstation Lichteiland Goeree een zeewatertemperatuur van 20,1 graden gemeten. Voor die tijd van het jaar was dat daar nog niet eerder gemeten. Het gaat bovendien niet alleen om één warme zomer. Uit metingen van het KNMI blijkt dat de temperatuur van de Noordzee al langere tijd stijgt. Zowel de hoogste als de laagste watertemperaturen van het jaar gaan omhoog.

Deze zomer was er ook sprake van een langdurige mariene hittegolf: een periode waarin het zeewater minimaal vijf dagen achter elkaar veel warmer is dan normaal voor die tijd van het jaar.

Warmte die nog even blijft hangen

Water reageert anders op warmte dan lucht. Het warmt langzamer op, maar houdt die warmte vervolgens ook langer vast. Daarom bereikt de Noordzee haar hoogste temperatuur meestal pas in augustus. Ook daarna is die warmte niet meteen verdwenen. Je kunt de Noordzee daardoor zien als een plek waar een deel van de zomerwarmte tijdelijk wordt opgeslagen.

En dat wordt interessant zodra in het najaar koelere lucht over het relatief warme zeewater stroomt.

Meer warmte, meer vocht in de lucht

Boven warm zeewater kan meer water verdampen. Komt de wind vervolgens uit westelijke of noordwestelijke richting, dan wordt die vochtige lucht richting Nederland gevoerd. Onder de juiste weersomstandigheden kan dat bijdragen aan stevige regenbuien.

Dat effect is vooral in het westen van Nederland merkbaar. Volgens het KNMI valt in de herfst langs de kust gemiddeld meer neerslag dan verder landinwaarts. Het verschil tussen de temperatuur van het land en de relatief warme zee speelt daarbij een belangrijke rol.

Een warme Noordzee betekent overigens niet automatisch dat we een extreem natte herfst krijgen. Windrichting, luchtdruk en andere weersomstandigheden bepalen uiteindelijk waar, wanneer en hoeveel regen er valt.

Een herfst met grotere verschillen

Ook de herfst zelf verandert door klimaatverandering. Klimaatmodellen laten volgens het KNMI zien dat september gemiddeld droger kan worden, terwijl november juist natter wordt. Over de hele herfst bekeken verandert de totale hoeveelheid regen waarschijnlijk minder sterk.

Dat betekent dus niet simpelweg: ieder najaar valt meer regen. Het gaat vooral om veranderende patronen. Langere droge perioden kunnen worden afgewisseld met momenten waarop juist veel water valt.

En precies die pieken zijn in een stad belangrijk.

Wat betekent dit voor Amsterdam?

Veel regen in korte tijd kan voor overlast zorgen als het water niet snel genoeg weg kan. Zeker op plekken met veel steen en weinig ruimte voor water om de bodem in te zakken.

Daarom bereiden we Amsterdam niet alleen voor op méér water, maar vooral op extremer weer. Meer groen, minder tegels, regenwater vasthouden en ruimte maken voor water helpen om de stad weerbaarder te maken tegen flinke buien. Want de warmte van vandaag kan maanden later nog invloed hebben op ons weer. Nog een reden om onze stad stap voor stap Weerproof te maken.